Het was op 22 november 1775 dat Jan Blanken door de Gecommitteerde Raden werd aangesteld tot Opzichter van ’s Lands Werken in Hellevoetsluis. Jan Blanken had een week eerder zijn twintigste verjaardag gevierd en zou een glanzende toekomst tegemoet gaan. Hij had onderwijs genoten in rekenen, correspondentie en de Franse taal, maar vooral de praktijkervaring die hij in dienst bij zijn vader en oom had opgedaan vormde hem tot een bekwaam waterbouwkundige in de sluis-, molen- en dijkwerken.
Op 21 december 1775 legde Jan Blanken de Eed van Zuivering en die van Getrouwheid op de Instructie af, waarna hij zich in Hellevoetsluis vestigde en zijn taken aanving. Dat was kort na de storm die Voorne-Putten in de nacht van 14 op 15 november 1775 had getroffen, zodat er veel schade viel te herstellen. Een jaar later zorgde een stormvloed opnieuw voor dijkdoorbraken in de regio, waaronder in het Molenbolwerk in Brielle. Onder leiding van Jan Overgoor (de opziener van ’s Lands Fortificatiën in Brielle) werden de grondwerken weer in profiel gebracht en Jan Blanken was hier nauw bij betrokken. In deze praktische leerschool deed hij verdere ervaringen op met de grond- en waterwerken op Voorne. De carrière van ’s lands grootste waterbouwkundige was van start gegaan. De daaropvolgende dertig jaar was hij verantwoordelijk voor de aanleg van nieuwe verdedigingswerken, de Rijksstraatweg en natuurlijk het Droogdok.